©unsplash.com
Dinsdag 22 maart 2016, 8u.55. Ik sta in een overvol metrostel in Brussel, op weg naar mijn werk. Een dame kijkt op haar smartphone en zegt tegen haar vriendin: “Er is blijkbaar iets aan de hand in de luchthaven”.
Wanneer ik een halfuurtje later op het Vicariaat van Brussel (zeg maar het zenuwcentrum van de katholieke kerk in het hoofdstedelijk gewest) aankom, hangt er een zekere spanning onder de collega’s. Dan pas verneem ik dat er rond 7u.58 een bom ontploft is op onze eigen nationale luchthaven. Het lijkt onwezenlijk. In Bagdad, ja, en in Parijs, tot daar aan toe. Maar in Zaventem?? Het wordt helemaal onwezenlijk als we horen dat zich iets meer dan een uur later een explosie heeft voorgedaan in metrostation Maalbeek. Heel langzaam kom ik tot het besef: ik ben zowat een kwartier voor de ontploffing door dat station gereden. Wat als…? De vraag dringt slechts vaag tot me door.
Wanneer ik die avond thuis probeer te geraken, lijkt Brussel een belegerde stad. We zitten middenin de Goede Week. Ook dat is onwezenlijk.
Zeggen dat 22 maart 2016 ons landje fundamenteel veranderd heeft, is misschien te sterk uitgedrukt. We waren al vertrouwd met terroristische aanslagen op Europese bodem. Maar dat terrorisme zo dichtbij kon komen, en dat we zo kwetsbaar bleken: het raakte die dag veel Belgen persoonlijk.
Tegelijk plaatste ‘22 maart’ velen, in het bijzonder ons christenen, voor een grote uitdaging: hoe gaan wij om met de gruwel die nu onze contreien heeft bereikt? Ik wil hier geen hoge theorieën of definitieve antwoorden meegeven, maar wel enkele woorden en beelden die door me heen flitsen telkens als ik mezelf die vraag stel. “Wij willen verdrietig zijn, niet dat nog meer mensen verdrietig worden”, stond in New York op een groot bord van familieleden op zoek naar hun naasten, tijdens de eerste dagen na de aanslagen van 11 september 2001. President Bush had net aangekondigd dat de VS hard zouden terugslaan. In de film ‘Patriots Day’, over de aanslagen tijdens de marathon van Boston in 2013, krijgt agent Tommy Saunders van een collega de vraag: “Hoe kunnen we hiermee omgaan”? Zijn reactie: “We kunnen alleen liefde blijven verspreiden”. Zanger Bart Peeters ging nog een stap verder (of hoger) in het lied ‘Hemel’, dat hij schreef naar aanleiding van de aanslagen die enkele maanden eerder in Parijs hadden plaatsgevonden. Zijn boodschap? “God is liefde”. En tijdens een interview op radio Spes, een jaar na de aanslagen van 22 maart, getuigde luchthavenaalmoezenier Michel Gaillard (die op Brussels Airport het personeel opving vanaf de dag waarop de aanslagen plaatsvonden) hoe hij sindsdien meer dan ooit dankbaar is voor het leven dat hij elke dag van God krijgt. Ikzelf voeg er tenslotte mijn favoriete boodschap aan toe, die Jezus als een rode draad door het evangelie laat weerklinken: “Vrees niet”.
In het leven zijn er vaak geen eenvoudige antwoorden. Maar er zijn wel beelden en getuigenissen die lichtpuntjes zijn in donkere dagen. Zolang die er zijn, is er hoop.
Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be)