© Marina Khrapova - unsplash
Als u me naar de belangrijkste zaken in mijn leven vraagt, dan zal in mijn top 5 altijd humor voorkomen. Ik denk dat ik de waarde van humor ontdekte toen ik tien jaar werd. Mijn ouders schonken me toen voor mijn verjaardag twee cassetjes (voor de jongeren onder jullie: dat zijn audiofiles in 3-D) met sketches en liedjes van de volgens mij grootse Nederlandse komiek aller tijden, Toon Hermans. Ik vond zijn grapjes zo zalig dat ik ze keer op keer beluisterde en op de duur begon na te vertellen, zoals ik in een eerder cursiefje al schreef.
Ooit vroeg een journalist Toon naar wat humor voor hem betekende, en de komiek antwoordde toen met een prachtige omschrijving: “Wat je doet glimlachen, maar niemand kwetst”. Die definitie leerde me twee essentiële zaken over humor: hij moet je niet noodzakelijk doen bulder- of schaterlachen, én hij wil mensen gelukkig maken, niet verdrietig of boos. Eigenlijk heeft humor opvallend veel gemeen met de Heilige Geest: hij is een geschenk, je kan hem niet zien of aanraken (tenzij in de geestelijke zin van het woord), maar je herkent hem wel aan zijn vruchten. Echte humor is bovendien nederig, hij kent zijn plaats: op bepaalde momenten in het leven, wanneer verdriet of wanhoop te intens zijn, buigt hij nederig het hoofd en gaat hij in een hoekje staan in plaats van in de schijnwerpers. Maar soms, heel voorzichtig, kan hij nét dat beetje verschil maken: soms is die schuchtere kleine glimlach de balsem op de wonde.
Ikzelf vind het heerlijk om te lachen. Naast Toon Hermans leerde ik als kind bijvoorbeeld ook Tommy Cooper kennen, een Engelse komiek die me ook met de stomste moppen aan het schaterlachen kon krijgen dankzij zijn geweldige mimiek. Meer recent ontdekte ik dan weer een boekje dat me erg vaak deed gniffelen: ‘De kat die naar Parijs ging’, over de knotsgekke avonturen van auteur Peter Gethers met een kat die hem door zijn vriendin cadeau wordt gedaan. Het boekje is écht een aanrader als je op zoek bent naar een vrolijke noot in het leven.
Ik vind het anderzijds ook heerlijk om ànderen aan het lachen te brengen. Dat laatste zie ik, als gelovige, letterlijk als een talent: God heeft me die mogelijkheid gegeven, en ik maak er zowel mezelf als anderen gelukkig mee. Ik heb trouwens het gevoel dat dit besef van dubbel geluk meespeelt bij heel wat mensen die een komische noot in het leven van anderen willen en kunnen brengen.
In zijn apostolische exhortatie Gaudete et Exsultate ('Wees blij en juich') schreef paus Franciscus begin 2018: “Christelijke vreugde gaat gewoonlijk gepaard met een gevoel voor humor”. Het was de eerste keer dat ik een paus iets hoorde zeggen over humor. Naar mijn gevoel heeft het citaat van paus Franciscus te maken met wat ik net schreef over humor als een talent. Maar dan niet alleen het talent om humor te bréngen, maar ook om hem te smaken, te ontdekken, te waarderen. Want in het leven gaat het er niet alleen om te kunnen geven. Meer nog, in het leven gaat het er soms op de eerste plaats om te kunnen ontvangen: van God, van anderen, en misschien ook wel van jezelf. Daarom eindig ik dit cursiefje graag met een tweevoudig ‘dankjewel’: dankjewel aan allen die mij doen glimlachen zonder iemand te kwetsen, en dankjewel aan God omdat Hij me de schoonheid van humor heeft laten ontdekken.
Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be)