© ATCCommphoto via pexels
U kent ze misschien wel: die tekeningen van een meisje en een jongen die als een verliefd stelletje alle mogelijke dingen samen doen. Daarbij staat steeds weer een tekst met dezelfde openingswoorden: “Liefde is…”. Die woorden worden meestal gevolgd door een werkwoord. Niet altijd, maar toch meestal.
“Liefde is een werkwoord”: nog zoiets waarmee we wellicht vertrouwd zijn als het over liefde gaat. De boodschap achter die woorden is positief bedoeld en klopt ook: liefde is “ja” zeggen tegen de ander, elke dag opnieuw.
Maar liefde is meer dan een activiteit of een inspanning. Dat blijkt ook uit de theorie over de ‘liefdestalen’ van relatietherapeut Gary Chapman. Volgens hem hebben we allemaal minstens één belangrijke liefdestaal: als iemand die taal tot ons spreekt, dan voelen we ons geliefd. Chapman onderscheidt vijf essentiële liefdestalen: positieve woorden, tijd en aandacht, geschenken, dienstbaarheid, en lichamelijke aanraking. Niet iedereen heeft dezelfde liefdestaal: ik kan me bijvoorbeeld bijzonder bemind weten als mijn echtgenote tijd maakt om bij mij te zijn en naar me te luisteren (tijd en aandacht), terwijl zij misschien meer liefde van me ervaart als ik huishoudelijke taken op me neem (dienstbaarheid). Het mooie aan deze theorie is dat de nadruk ligt op degene die de liefdestaal ontvangt: als lichamelijke aanraking mijn belangrijkste liefdestaal is, dan is het belangrijk dat iemand me af en toe aanraakt als ik me door hem of haar geliefd wil voelen. Daar zit ook het addertje in het gras: soms gaan we ervan uit dat we de ander met onze eigen liefdestaal gelukkig kunnen maken. Maar dat klopt vaak niet. Misschien ontvang ik graag geschenken van mijn echtgenote, maar dat betekent niet automatisch dat ik hààr plezier doe met cadeautjes te kopen; misschien wil ze veel liever dat ik haar af en toe eens een complimentje geef. Liefdestalen vragen dus om een engagement, inlevingsvermogen, inspanning.
Toch is liefde, nogmaals, meer dan een opdracht. Ze is, misschien nog veel meer, een geschenk. De kunst is om dat geschenk met een open en dankbaar hart te aanvaarden… ook als het niet onze liefdestaal verwoordt of als het niet is wat we verwachten. Als kind was ik ooit teleurgesteld omdat ik als Kerstcadeau een speelgoedtractor kreeg: ik had er namelijk al één, en ik had zo gehoopt op een ploeg. Pas veel later besefte ik dat mijn ouders oprecht hadden gehoopt me met hun cadeau plezier te doen. Ze hadden het uit liefde voor me gekocht. Ik was natuurlijk nog maar een kind, maar toch: het blijft belangrijk om in een oprecht gegeven geschenk een gebaar van liefde te zien, en het ook aldus te aanvaarden.
In algemeen-menselijke, maar zeker in christelijke zin beperkt liefde zich niet tot je partner, echtgenoot of echtgenote, (groot)ouders of (klein)kinderen. Liefde is bedoeld voor iedereen: God schenkt jou en alle anderen Zijn liefde, jij geeft Zijn liefde op jouw beurt in dankbaarheid door aan anderen. Die liefde van God is eindeloos. Misschien is de hamvraag niet zozeer of we Zijn liefde willen doorgeven, maar of we ze willen ontvangen. Kunnen en durven we Zijn liefde te aanvaarden, in het besef dat die liefde er voor ons is… én voor elk ander?
Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be)