Op arendsvleugelen 1 © Anthony Desrochers via pexels

© Anthony Desrochers via pexels

God vliegt als een krachtige en prachtige arend rond, ergens daarboven. Maar Hij verliest ons nooit uit Zijn liefdevolle oog. Dat leerde Wim Corbeel van een wijze begeleider van een Bijbelseminarie over Exodus.

Nadat Mozes met de Israëlieten na de uittocht uit Egypte aan de heilige berg Tabor is aangekomen, laat God hem tot Zijn volk zeggen: “Ik heb u op arendsvleugelen gedragen”. Het is een bekend en belangrijk beeld in het Oude Testament, dat in het boek Exodus beschreven staat. Ik stelde mij daarbij God voor als een reuze arend, die alle Israëlieten figuurlijk op zijn wijde vleugels laat rusten terwijl Hij rondvliegt. Jaak, één van de begeleiders van een Bijbelseminarie over Exodus, verraste me evenwel met zijn kijk op de zaak. Een natuurdocumentaire had hem geleerd dat arenden hun nesten op grote hoogte bouwen. Het gevaar is dat de jongen uit die nesten zouden kunnen vallen: om dat te voorkomen wapperen ze voortdurend met hun vleugels, terwijl ma of pa arend hoog daarboven rondcirkelt. Op een bepaald moment kunnen de jongen zich niet meer inhouden en vliegen ze de lucht in (alweer figuurlijk, uiteraard). Maar doordat hun vleugels nog onvoldoende volgroeid zijn, zakken ze weer naar beneden en roepen ze in paniek op hun ouders. Die grijpen evenwel pas in als ze zien dat de situatie echt gevaarlijk wordt. Toch nemen ze de jongen die in de problemen komen niet zonder meer op hun vleugels; neen, ze geven een stevige zwaai met die sterke, grote vleugels, zodat de jongen een ‘lift’ krijgen en terug naar omhoog gestuwd worden… tot ze misschien weer beginnen te zakken, maar dan staat ma of pa alweer klaar voor een nieuwe lift.

Jaak paste dit beeld toe op zijn eigen leven: ook hij had vaak ervaren dat God, wanneer hij ‘omlaag zakte’ in het leven, wanneer het moeilijk ging en hij moedeloos dreigde te worden, hem terug een duwtje gaf. Interessant detail: onze begeleider besefte meestal pas achteraf dat God hem opnieuw een liftje had gegeven. Maar het maakte hem keer op keer dankbaar, en het sterkte hem in zijn geloof. “Als ik al die jaren priester ben gebleven, dan is het wel doordat God voor mij zo vaak die grote arend is geweest”, vertelde hij. Zijn getuigenis maakte het beeld uit Exodus nog sterker en levendiger.

Ik herken het beeld zelf ook. In moeilijke periodes in mijn leven voelde ik me net als zo’n kleine arend: het lukte me niet om in de lucht te blijven hangen, ik zakte altijd maar, en ik riep in paniek om hulp tot de Vader. Soms duurde het even voor ik terug wat hoger kon gaan vliegen en de zaken weer beter gingen. Wellicht omdat God me ernstig nam en dus niet te snel wilde ingrijpen: Hij geloofde in mij en wilde me de kans geven om zelf te proberen ‘uit de put te geraken’ (of liever te vliegen). Maar als het echt moeilijk werd, dan was Hij daar, en hielp Hij me weer verder. Net als Jaak besefte ik dat vaak pas achteraf, als het opnieuw beter ging. Maar God was er, en Hij zal er altijd zijn. Belangrijk is wel dat we tot Hem durven ‘roepen’ en op Hem blijven vertrouwen: als Jezus ons in het Nieuwe Testament iets duidelijk maakt, is het dat wel. God vliegt als een grote, krachtige en prachtige arend rond, ergens daarboven. Maar Hij verliest ons nooit uit Zijn liefdevolle oog. Als het gevaarlijk wordt, geeft Hij ons een lift. Niet door ons voor de rest van ons leven op zijn vleugels te nemen, want dat zou ons niet helpen: ofwel zouden we lui worden, ofwel – en dat is misschien nog erger – zouden we niet meer in onszelf geloven en het er niet meer op wagen om zelf onze vleugels uit te slaan.

Het is waar: soms lijkt het alsof die goddelijke Arend zo hoog vliegt dat we Hem niet meer kunnen zien en we ons vertwijfeld afvragen of Hij nog wel in de buurt is. En soms geeft Hij ons een lift, maar niet op de manier waarop we hadden gehoopt. Toch wil ik geloven dat Hij er altijd is en om ons bekommerd blijft, zoals pa en ma arend een oogje blijven houden op hun jongen.

Bij ons thuis staat, in het Engels, een oude spreuk waarmee priesters elke nieuwe dag begroetten. In het Nederlands klinkt die spreuk ongeveer zo: “Heer, help me eraan te denken dat er me vandaag niets zal overkomen, dat U en ik tezamen niet aankunnen.” Misschien is dat de kern van ons geloof. Samen met onze grote Arend zal het wel lukken.

Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be)

Zoeken

Dekenaal nieuws