© Wim Corbeel
Toen ik met mijn debuutroman ‘Het dolle dagboek’ (over een al even dolle parochie) voor het eerst op een boekenbeurs stond, was dat op zijn zachtst gezegd een wervelende ervaring. Op het einde van de eerste dag zat mijn hoofd vol met de gesprekken die ik had gehad en gehoord, en de ontmoetingen met de vele bezoekers die mij en de andere aanwezige auteurs hadden vereerd met hun nieuwsgierigheid. Toch leerde ik op die beurs ook heel wat dat van nut kon zijn voor een doorsnee geloofsgemeenschap.
De dag was wat vreemd begonnen. Ik was die ochtend vrij vroeg aangekomen zodat ik voor mijn boekenstand een plaatsje kon bemachtigen dat er strategisch veelbelovend uitzag. Dat plaatsje stond ik met een wrang gevoel af toen een knorrige (en snorrige) man die veel te laat aankwam en niet tevreden was met zijn plaats, het de reeds zenuwachtige organisatoren moeilijk maakte. Zo kwam ik terecht bij een jonge maar ervaren schrijfster, die me de hele dag zegende met oprecht boeiende ideeën over boeken en boekenbeurzen. Uit haar ervaring haalde ik een schat aan informatie. Dat leerde me twee zaken. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ was er één van. De uitdrukking ‘geen goede daad blijft onbestraft’ hield opeens geen steek meer. Tweede les: van anderen willen leren, verrijkt je eigen leven alleen maar. Beide lessen zijn best interessant voor het parochieleven.
Tijdens de dag moest ik af en toe aftoetsen hoe assertief ik kon zijn bij het aanspreken van potentiële kopers en lezers. Aanvankelijk wenste ik ieder die langskwam gewoon een goede morgen of middag. Pas als mensen bleven staan en naar mijn boek keken, vertelde ik hen dat ze gerust eens in dat boek mochten bladeren. Gaandeweg leerde ik aanvoelen bij welke mensen ik net iets assertiever mocht zijn. Dat leerde me veel over hoe je mensen ook in de kerk kan onthalen, bijvoorbeeld voor het begin van een Eucharistieviering. Sommige mensen hebben genoeg aan een goeiedag (en hebben geen nood aan een zangboek), andere mensen slaan een babbeltje niet af, en nog anderen nemen je gaandeweg in vertrouwen over de diepere zorgen én vreugdes in hun eigen leven. Maar één zaak is wel essentieel: laat nieuwe gezichten de eerste maand(en) rustig binnenkomen en beperk je tot een hartelijk “welkom”; dat is voor hen vaak meer dan voldoende. Bespring hen met andere woorden niet meteen met allerlei informatie, laat staan met de vraag om één of meerdere engagementen op te nemen in de parochie. Als ze het één of het ander wensen, zullen ze je dat wel laten weten eens ze wat ‘thuis’ gekomen zijn in de kerk. Een belangrijke les, niet alleen voor de onthaalploeg, maar voor elk lid van de geloofsgemeenschap.
Wat ook een troef bleek te zijn op de boekenbeurs: mensen die bleven staan aan mijn boekenstand maar aarzelden om ‘Het dolle dagboek’ te kopen, kon ik verwijzen naar mijn boek op de website van de uitgeverij. Daar konden ze gratis de eerste achttien bladzijden van mijn roman lezen, en zo ontdekken of mijn schrijfstijl en vorm van humor hen aanspraken of niet. Veel mensen waren hierover verwonderd, maar ook tevreden. Moraal van het verhaal: het is goed dat mensen de gelegenheid hebben om eerst eens van iets te ‘proeven’, voor ze beslissen wat ze er verder mee willen doen. Ook dat geldt voor onze geloofsgemeenschap: laat mensen eerst maar eens proeven van wat we als gemeenschap te bieden hebben. Ze zullen dan zelf wel kiezen wat hen ligt, wat ‘smaakt naar meer’.
Over smaken gesproken: bezoekers konden op de boekenbeurs niet alleen hun tanden zetten in een goed boek, maar ook in een lekkere snack. Croque monsieurs, belegde broodjes, taart en gebak, koffie, fruitsap, bier en wijn: het was er allemaal. U concludeert hieruit wellicht dat lekker eten en drinken ook op een parochiale activiteit een pluspunt zijn, en dat klopt zeker voor een deel. Maar er is meer: we moeten met onze geloofsgemeenschap ook écht (geestelijk) voedsel aanbieden, geen aangelengde
wijn die naar water smaakt. En ook een sfeer van ontmoeting en gezelligheid is onontbeerlijk tijdens onze vieringen en activiteiten. Tjonge, tjonge… wat een mens van een boekenbeurs allemaal leren kan.
Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be)