Skattig © Wim Corbeel

© Wim Corbeel

Wat maakt een katje schattig? Die vraag is voor Wim Corbeel aanleiding om na te denken over de kwetsbaarheid van ons geloof. Een kwetsbaarheid die eigenlijk een kracht is.

Sta me toe om het met u nog eens te hebben over een beestig goed onderwerp. Op een zekere 22 september, lang geleden, verdubbelde het aantal bewoners bij ons thuis. Dankzij iemand die ik interviewde voor een podcast kregen Gabrielle en ik er twee katjes bij: Suzy, een kattin van één jaar, en haar zoontje Taniwha (uit te spreken als “Tanifa”), op het moment van adoptie zowat twaalf weken jong. Suzy kreeg haar naam van haar vorig baasje, maar wij gaven het jongetje zelf een naam: Taniwha is Maori (de taal van de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland) voor ‘draak’. Hoewel het jonge katje geen vuur spuwde, was het een superenergieke deugniet die van hot naar her sprong. We waren vertederd door beide pluizige diertjes, die ons huis extra leven gaven en ons met hun grote oogjes en snoezige snuitjes verwelkomden. Ze zijn zo schattig, dachten we spontaan. Maar wat mààkte hen eigenlijk zo schattig? 

Voor mij had dat iets te maken met hun kwetsbaarheid, hun kleinheid. Ook al hadden onze katten hun eigen willetje (het waren nog geen Vlaamse leeuwen, maar ze konden zeker klauwen!), toch gaven ze een weerloze en afhankelijke indruk. Die indruk had ook een keerzijde: ze durfden zich over te geven aan het leven dat ze van ons kregen. Per slot van rekening kozen zij zelf niet hun eigen voedsel en woonplekje uit. Tegelijk waren ze erg lief: ze kwamen bij ons, lieten zich aaien, en net als hun vacht was hun karakter zacht. Als ze met elkaar vochten of hun klauwtjes in je been zetten, was dat louter om te spelen. Lief en kwetsbaar: precies die combinatie maakte onze katjes ‘skattig’, denk ik.

Die kwetsbaarheid vinden we vaak terug in ons eigen geloof. Om te beginnen bij Christus zelf. Tijdens het Kerstfeest vieren we de unieke komst van God onder ons in de vorm van een klein, weerloos Kind. Zouden we dat Kind ‘schattig’ mogen noemen? Het klinkt een beetje raar in de oren, maar als we kijken naar het Kindje zien we toch ook de combinatie van liefde, overgave en kwetsbaarheid die ons geloof zo uniek maakt. Niet toevallig is kwetsbaarheid een sleutelwoord in ons geloof. 

Om te beginnen roept Christus ons op om oog te hebben voor de meest kwetsbare medemens. Die kan bij ons wel gevoelens van medelijden opwekken, maar als we niets voor hem of haar doen en hem of haar geen eigenwaarde schenken, tja, wat betekent dat medelijden dan? Christus had niet zozeer medelijden met de onfortuinlijke mensen die Hij tijdens Zijn openbare leven ontmoette, Hij richtte hen – vaak figuurlijk, soms ook letterlijk – op, en liet zo iets moois groeien uit die kwetsbaarheid.  

Misschien kunnen we af en toe ook even stilstaan bij onze eigen kwetsbaarheid. In onze tijd en wereld is kwetsbaarheid eerder een handicap dan een deugd, en dat is uiterst jammer. We moeten ons zo vaak sterk voordoen. En toch toont Jezus ons dat het anders kan. Zijn grootheid kwam tot uiting in Zijn kwetsbaarheid, in het bijzonder toen Hij zich in Jeruzalem gewillig als een Lam naar de slachtbank liet leiden. Durven wij ons kwetsbaar te tonen? Hebben we vrienden bij wie we kwetsbaar mogen zijn? Kunnen we, als iemand ons figuurlijk op de linkerwang slaat, even figuurlijk de rechterwang aanbieden in plaats van onmiddellijk terug te slaan? Want het is precies daar, in die kwetsbaarheid (die niet te verwarren valt met het verheffen van vernedering tot een deugd), dat liefde het wint van haat. 

Tenslotte is ook ons geloof kwetsbaar, precies omdat het niet alleen een goddelijk geschenk maar ook een menselijk antwoord veronderstelt. Ik heb er soms bij wijze van spreken moeten voor vechten om wekelijks tijd te vinden om te bidden met de Bijbel, om eens naar God te luisteren in plaats van zelf het woord te willen voeren. Bidden, het stil maken, eens rust brengen in mijn hart en het openstellen voor God, maar ook klaarstaan voor de mens die beroep doet op mij: dat soort zaken schieten er vaak als eersten bij in tijdens onze drukke bezigheden. Jammer eigenlijk, want ze maken ons veel meer tot mens dan het jachtige springen waaraan we soms (maar niet altijd) onderworpen zijn. De kwetsbaarheid van ons geloof terug de kracht van ons geloof laten zijn: misschien is dat een mooie zending op onze gelovige weg. In die zin wordt kwetsbaarheid ook weer ‘schat-tig’: als jij haar toelaat, dan laat zij je toe om de schat van je geloof te (her)ontdekken.

 

Wim Corbeel (Reacties op dit cursiefje zijn welkom op wim@elisabethparochie.be

Zoeken

Dekenaal nieuws